Nieuws

Column – Ruimte voor een duurzame veehouderij

Gepubliceerd op
16 december 2021

Door Harry Kager, Partner & strategisch adviseur duurzame landbouw bij Schuttelaar & Partners

De formerende politieke partijen hebben grote plannen om de veehouderij te verduurzamen. Het verkleinen van de veestapel en omschakelen naar extensieve bedrijfsvormen wordt soms als enige oplossingsrichting gepresenteerd. Dat zou voor Nederland echter een gemiste kans zijn. Er zijn namelijk oplossingen om de veehouderij integraal te verduurzamen en te zorgen voor dierlijke producten met een lagere footprint. Door in te zetten op voer-, dier- en graslandmanagement en daarin slim te investeren kunnen emissies worden verlaagd en kan een inkrimping zo beperkt mogelijk blijven.

Veehouders zijn zelf altijd bezig met het verbeteren van hun bedrijfsvoering. Zij willen verduurzamen door efficiënter om te gaan met bodem, oogst, grondstoffen en dieren. Door hun vakmanschap in te zetten, verliezen van nutriënten te beperken en nog efficiënter te werken. Uit de diverse onderzoeken en pilots van Wageningen Livestock Research, CLM en anderen in het kader van Integraal Aanpakken blijkt dat dit mogelijk is. De vraag is of er voor veehouders manieren zijn om duurzamer te gaan werken, waarmee krimp minder of niet nodig is. Ik ben er stellig van overtuigd van wel.

Het is duidelijk dat in Den Haag de opgave op tafel ligt om de stikstofemissie van de veehouderij te verlagen en tegelijkertijd de doelstellingen op waterkwaliteit, biodiversiteit en klimaat te halen. Dit is heftig voor veehouders en anderen die in de sector werkzaam zijn. Tegelijkertijd hebben veehouders genoeg van steeds maar weer nieuwe rigide detailregelgeving op de verschillende deelthema’s. Het lijkt nu voor het eerst dat een kabinet komt met voorstellen voor een integraal beleid. Dit zou kansen moeten bieden voor oplossingen die de sector integraal verduurzamen.

Voer en dier

Melkveehouders kunnen de emissies van ammoniak en methaan met tientallen procenten terugbrengen door zich te richten op het voer. Het verhogen van de weidegang, goed ruwvoermanagement en een lager eiwitpercentage in het rantsoen zijn de oplossingen die hierbij horen. Dit zijn heel natuurlijke oplossingen die de efficiëntie van de bedrijfsvoering verhogen. Emissies reduceren via het voer past bij de mindset van menig veehouder en bovendien kan het ook nog geld opleveren. Door daarbij ook in te zetten op goed diermanagement, lange levensduur en minder jongvee kunnen de emissies nog erder worden verlaagd. Ook bij varkens zijn er veel mogelijkheden. Bekende zaken om emissies te beperken in de varkenshouderij zijn het verminderen van het eiwitgehalte in het voer en het toevoegen van benzoëzuur. 

Kortom: relatief snelle en goedkope emissiereductie is te bereiken door in te zetten op voer en dieren. Er moet alleen nog worden bedacht hoe dit soort oplossingen en de bijbehorende emissiereductie goed kunnen meetellen in de landelijke emissiecijfers.

Meten = weten

Er wordt ook ingezet op het meten van daadwerkelijke emissies op veehouderijen via sensor- en datasystemen. Dit is een veelbelovende ontwikkeling en sluit aan bij de wens van veehouders om te worden afgerekend op de prestaties op het eigen bedrijf. Veel mensen in de sector vinden het meten met sensoren belangrijk om ruim baan te geven aan nieuwe stalsystemen en stalinnovatie. Zelf denk ik het meten van werkelijke emissies vooral de effecten van voer-, dier- en stalmanagement zichtbaar gaat maken.

Het terugbrengen van de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen is op korte termijn nodig. Daardoor kunnen we niet een paar jaar wachten op de uitontwikkeling van sensor- en datasystemen, maar moeten we direct beginnen. De manier om dat te doen is via voer-, dier- en managementoplossingen. Laten we kijken hoe we de borging praktisch kunnen organiseren. Ik hoop dat de formerende partijen hierop in willen zetten. Zo maken we een duurzame veehouderij mogelijk